Ontwikkelingen, maar waarheen?

Ons vak gaat momenteel twee kanten op, Er is de academische kant, die zodanig uitgehold is dat toegewijde mensen de universiteit en zelfs het vak verlaten. Sommige van hen hebben in de kranten gestaan met interviews over de moeilijkheden in academia. Weliswaar is er een grote schoonmaak gaande op het gebied van statistiek en replicatie van onderzoek, maar de komende jaren zal dit vooral betekenen dat er veel puin geruimd moet worden en dat het leeuwendeel van de populair-wetenschappelijke opvattingen over de mens op de korrel genomen moet worden. En dan is er de niet-academische populaire kant van de psychologie, waar amateurisme en briljante professionele creativiteit door elkaar lopen en nog niet van elkaar onderscheiden worden.

In de praktijk van de behandeling zie ik dezelfde moeizame ontwikkeling. De kant die we als professionals opgetrokken worden is volledig gesystematiseerd volgens evidence based principes, waarbij we bedolven worden on micromanagement. Let wel: evidence based werken is okee, daar is letterlijk niks mis mee. Maar het is sinds jaar en dag bekend dat micromanagement de manier is om mensen te demotiveren, om de taakuitvoering oppervlakkig en knullig te maken, en om elke vernieuwing en verbetering in de kiem te smoren. Toch laten de behandelaren in de psychologie zich in groten getale micromanagen zonder echt voor zichzelf op te komen. De contractvrijen behoren feitelijk ook tot deze groep. Niet omdat ze niet in verzet zijn; dat zijn ze wel. Maar het verzet betreft het ondertekenen van een nog veel verder reikend micromanagement van verzekeraars, waarbij de twee grootste struikelblokken het omzetplafond en de macht tot financiële straffen zijn die de verzekeraars kunnen uitoefenen over de behandelaar. Verder dan dat kan het verzet niet reiken: ook als contractvrije moet je je aan alle protocollen, softwaregebruik, minutenregistratie, diagnoseselectie en overig micromanagement houden om een factuur te kunnnen schrijven. Ik ben er niet zeker van wat erger is: gecontracteerd zijn en dus moeten werken als het beste kindje in de klas om je brood te kunnen behouden, of contractvrij zijn en dus moeten werken als het beste kindje in de klas om je brood te kunnen behouden. De manier waarop er jacht op je wordt gemaakt is verschillend, maar de professionele verstikking is in beide gevallen een feit.

En dan is er een groeiende groep die dus helaas gemarginaliseerd werkt. Dat zijn niet de contractvrijen, dat zijn degenen die onverzekerde zorg leveren. De meesten zijn doctorandus en hebben daarna zelf gekozen hoe ze zich verder willen scholen. Sommigen doen de cgt opleiding, anderen doen hypnose, en ga zo maar door. Ze maken gebruik van die vrije ruimte die er nog is en ze gaan gewoon aan de slag. Inderdaad, hun gelederen zijn veel minder strak gereguleerd en veel meer gevarieerd, en het ziet er naar uit dat dat voorlopig zo zal blijven. Een groeiend aantal gz-psychologen begeeft zich nu ook onder hen, om zodoende verlost te zijn van het micromanagement van de verzekerde zorg. De kwaliteit binnen deze groep psychologen is uiteraard variabel en heeft weinig tot niets met de behaalde titels te maken. Maar wat er wel is: ze zijn allemaal gemotiveerd, en ze kunnen zich in alle rust toeleggen op de uitoefening van hun vak, want ze worden niet gemangeld onder de druk van de overheid en de verzekeraars. Ze zijn de klussers in de wereld van de aannemerij. Ze kunnen op maat werken en hun eigen tarief vaststellen. (Ook al geldt dat dan weer niet voor de gz-psychologen onder hen; die moeten zorgen dat ze OVP bieden, zich aan het tarief van de zorgautoriteit houden, en zich officieel beperken tot onverzekerde zorg of tot nadrukkelijk schriftelijk aangevraagde zelfbetaalzorg.) Maar goed. Toch stukken beter dan werken in de verzekerde zorg.

Ik verwacht dat voorlopig deze trends door zullen zetten. De officiële psychologische zorg heeft de neiging geïnstitutionaliseerd en platgedrukt te worden tot het een kas is met tomatenplantjes die te zwak zijn om zonder steun overeind te staan en die allemaal precies even grote tomaatjes afleveren. Gegarandeerde tomaatjes met een gegarandeerde omvang, smaak en kwaliteit. Maar wel kunstmatige, geen echte, en zeker niet op maat. En de klusserij zal alles te bieden hebben van ondoordachte goedbedoeldheid tot aan optimale, doorwrochte psychotherapeutische interventies ongeacht de opleiding en kwalificaties van de psycholoog in kwestie. De klant moet het net als voorheen de goeden en de slechten op eigen gezag van elkaar onderscheiden. Het zal overigens ook in dit veld zijn, en niet alleen in de wetenschap, dat belangrijke vernieuwing en inzichten ontwikkeld zullen worden. Het inzicht in emotionele chantage en gaslighting is van oudsher een van de belangrijkste inzichten in de psychologie, maar het wordt voor het overgrote merendeel in deze gelederen beoefend en tot bloei gebracht.

Hoe moet dit verder? Hoe krijgen we de wetenschap weer zo menselijk dat hartstochtelijke wetenschappers niet veranderen in afgebroken kasplantjes, en hoe krijgen we de dagelijkse praktijk weer zo gezond dat ze tegelijk kan aansluiten bij de wetenschap en vrij blijven van het wurgende micromanagement dat de politiek nu via de zorgverzekeraars over ons uitstort?

Het antwoord daarop is simpel: door te zorgen dat geld niet de belangrijkste factor is in het geheel. Maar daarover later meer.

De lange weg van de jeugdzorg

Nu ik een aardige poos meedraai in de hulpverlening heb ik enkele verschillende etappes in het doctrines van de jeugdzorg voorbij zien komen. Ik moest er even over nadenken: ‘doctrines’? Maar ik denk dat ik het toch zo ga noemen, want de andere woorden die ik kon bedenken, tja, die deden het nog minder.

In de jaren negentig waren we ons langzaam gaan losmaken van het idee dat als kinderen nou maar een vaste verzorgende ouder hebben… nou…  dan is het niet erg als de andere ouder volledig verstoten en zwartgemaakt wordt. Inmiddels zijn we zo ver dat ouderverstoting niet meer schouderophalend als een soort noodzakelijk kwaad wordt toegestaan in vechtscheidingen. Dat is een vooruitgang voor vele zwartgemaakte vaders en enkele zwartgemaakte moeders. Maar vooral voor de kinderen die voorheen zonder blikken of blozen werden toevertrouwd aan de meest kwaadaardige van de twee ouders, immers, aan degene die de ander tot elke prijs buiten het leven van de kinderen manoeuvreerde.

Daarna, in het begin van de 21ste eeuw, heb ik een tijdlang de indruk gehad dat we een hoge prijs betaalden voor medische vooruitgang: ineens was alles dat artsen niet kunnen verklaren, een geval van factitious disorder by proxy, oftewel Münchhausen by Proxy. Ik heb de meest wonderlijke taferelen gezien waarbij doodzieke kinderen uit huis geplaatst moesten worden omdat de artsen ten onrechte van mening waren dat de ouders de schuld hadden van de ziekte van de kinderen. Met name in deze zaken heb ik de epistemologie van het AMK (tegenwoordig met een mooie Newspeaknaam ‘Veilig Thuis’ geheten) met verbazing bekeken. Ze hadden soms nauwelijks informatie nodig: een bericht uit het ziekenhuis was genoeg. De ouders zelf werden letterlijk als allerlaatsten te woord gestaan, soms pas weken nadat het AMK aan de slag was gegaan met de casus.

Inmiddels zitten we in alweer een volgend tijdperk. De nieuwste loot aan de boom van belangrijke ideeën over de behoeften van kinderen is de hechte band met beide ouders. Dit lijkt op het eerste oog een onschuldige en zinnige insteek. Wie wil er nu niet dat kinderen een hechte band met beide ouders opbouwen? Nou, dat is heel eenvoudig: om te beginnen willen de kinderen zelf het soms niet. Bijvoorbeeld wanneer zij hebben gezien hoe hun ene ouder de andere ouder probeerde te vermoorden. Of wanneer zij zelf ernstig mishandeld of misbruikt zijn. Deze kinderen vinden een echtscheiding meestal een grote opluchting, en ze zijn heel blij als ze voorlopig niet in de buurt van de gewelddadige ouder hoeven te komen. Maar daar denkt jeugdzorg vaak heel anders over. Ik zie zaken waarin de jeugdzorg alles op alles zet om kinderen die dat niet willen (en voor wie het waarschijnlijk ook niet gezond is) koste wat kost op een bezoekregeling te zetten met een dader van ernstige misdrijven. Want als ze maar met die dader een band opbouwen, dan gaat het goed met hun ontwikkeling, zo staat er telkens in de stukken. Ik heb weleens gezegd dat ik zelf helemaal geen band zou willen opbouwen met degene die mij verkracht en bijna gewurgd had, maar dat was aan dovemans oren. Ontwikkeling. Band.

In samenhang hiermee hebben we nu ook te maken met de opvatting dat beide ouders altijd goed moeten overleggen. Hiertoe wordt eindeloos doorgezaagd, en goudgeld rondgepompt in verplichte cursussen en verplichte mediations. Volkomen zinloos, want als één van de twee ouders geen zin heeft in goed samenwerken, dan gaat dat hele samenwerken dus niet lukken. Dat zou nog tot daar aan toe zijn als de jeugdzorg dit gegeven ook zou opmerken. Maar dat zie ik niet zo vaak gebeuren. Wat ik regelmatig zie is dat de jeugdzorg blindelings verkondigt dat ‘de ouders niet goed samenwerken’ en dat ‘de ouders het beter moeten doen’. Dat is net zoiets als naar twee kinderen schreeuwen ‘houdem jullie daar eens mee op’ zonder te erkennen dat het ene kind aan het pesten is en het andere kind zich wanhopig probeert staande te houden. Het einde van deze doctrine is nog niet in zicht, helaas.

Ik denk trouwens dat heel veel einden nog niet in zicht zijn. We hebben nu wel grotendeels voor elkaar dat geweld en seksueel misbruik niet geschikt worden geacht voor kinderen of voor het gezinsleven. Maar we hebben nog geen evenwichtige visie op stress en ziekte, gezonde hechting en gezonde afwijzing, of de asymmetrische conflicten die zich in vechtscheidingen voordoen, waarbij de ene ouder meer verantwoordelijk is voor de botsingen dan de andere. We hebben nog een hele lange weg te gaan.

‘U mag’: cipierstaal in zorg en dienstverlening

“U mag uw jas daar ophangen”, “U mag op de link klikken”, de toestemmingen vliegen me om de oren wanneer ik met helpdesks, bedienend personeel of verplegend personeel te maken heb. Een tijdlang heb ik mijn ergernis verzwegen en gedacht “Het is een modeverschijnseltje, een onhandige misvatting, het waait wel over”, maar inmiddels ben ik uit die roze droom ontwaakt. Het is een plaag, een pest, een ernstige ziekte die zich een weg baant door onze hele samenleving.

Ik heb lang genoeg in het bajeswezen rondgelopen om te weten wat ‘U mag’ betekent. ‘U mag’ is cipierstaal, het is arrestatie-taal. “U mag dáár gaan staan,” zegt een cipier of een agent, op zo’n typische nadrukkelijke toon. En dan kan je maar beter gehoorzamen, want gehoorzamen is wat je moet doen wanneer een cipier of een agent je een opdracht geeft.

Ik heb inmiddels een idee waar dit vandaan komt, dankzij het antwoord dat ik kreeg van iemand die in de bediening werkte in een restaurant. “Ja maar, u móet niet!” Zei hij, toen ik vertelde dat ik “U mag” niet zo netjes vond van hem. U moet niet. Dus u mag. Zo eenvoudig is het, en daarom gaat iedereen elkaar nu toestemming verlenen…

Het is en blijft toestemming verlenen. Wanneer ik vraag hoe ze het in het Engels zouden zeggen, krijg ik steevast als antwoord “You can..”. Maar dat klopt niet, want “You can” betekent “U kunt”. Als je “U mag” goed wil vertalen, dan moet je “You’re allowed” zeggen, of “You have my permission.” Maar dat wil niemand zeggen in het Engels, ze zeggen allemaal ‘You can’. Toch wonderlijk, dat in het Engels de ware taal van de dienstverlening dan weer tot leven komt, terwijl ze in het Nederlands aan het vergaan is waar we bij staan.

Op plekken waar men nog echt studie heeft gemaakt van dienstverlening zal men het niet in zijn/haar hoofd halen om ‘u mag’ te zeggen. Daar wordt keurig gezegd “U kunt uw jas daar links in de garderobe hangen”. U kunt. U hebt een keuze. Het wordt u aangeboden, voorgesteld, aangereikt, en de keuze is geheel aan u. Zo ziet een tactvolle interactie er uit. Daar verleent men service, geen toestemming.

Inmiddels heb ik mezelf toestemming verleend om in opstand te komen. Ik ga waar ik maar kan een gesprekje aan over ‘u mag’. Ik probeer diverse manieren uit om tot de gesprekspartner door te dringen. Dat het cipierstaal is kan je beter niet meteen er in gooien, maar dat is wel heel geschikt om in de loop van het gesprek te benoemen. Het is voor veel mensen heel verhelderend. De vertaalvraag naar het Engels zet heel wat mensen aan het denken. Een meer ludieke manier is “Natuurlijk mag ik dat, u kunt het niet verbieden, hihihi”. Die trekt aandacht en zet mensen eventjes op het verkeerde been, waardoor ze zich openstellen voor de verrassing van wat “U mag” eigenlijk zegt.

Meestal word ik met enige verrastheid ontvangen, en krijg ik te horen dat men erover na gaat denken. Soms voelt de persoon in kwestie zich opgelaten en krijg ik te horen dat het toch gewoon goed bedoeld is. En de laatste tijd krijg ik steeds vaker te horen dat er misschien wel wat in zit om ‘u kunt’ te zeggen. Gelukkig maar. Misschien kunnen we dan toch nog ophouden met elkaar massaal toestemming geven voor dingen waarover we niets te zeggen hebben.

Sorry is geen toverwoord

“Zeg sorry tegen je zusje, vooruit!”
Het is een zinnetje dat ik vele varianten vele malen per week hoor, vooral omdat ik veel omga met mensen die kinderen hebben en/of aan kinderen lesgeven.

We hebben tegenwoordig kennelijk een moderne opvatting over ‘sorry zeggen’. Het scenario is als volgt: Het ene kind doet iets dat het andere kind naar vindt. Het andere kind protesteert, maar zonder succes. Er moet een volwassene aan te pas komen. De volwassene roept beide kinderen bij zich. Ze moeten elkaar verplicht aankijken. De dader moet sorry zeggen en het slachtoffer moet naar de dader luisteren. Eventueel moeten ze elkaar ook nog een hand geven. Vervolgens moet alles weer goed zijn en moeten ze tevreden samen spelen.

Ik krijg de indruk dat dit scenario tegenwoordig als correcte opvoeding wordt beschouwd. Maar dat is het niet. Integendeel. Het is, eerlijk gezegd, nogal wanstaltig.

De achtergrondgedachte is dat de slechte daad moet worden goedgemaakt, uitgewist, en dat deze daarna vergeten kan worden zodat beide partijen met een soortement schone lei weer samen door een deur kunnen. De werkelijkheid van deze praktijk is dat er overtreders worden gekweekt die weten hoe gemakkelijk het is om weg te komen met een slechte daad, en doelwitten die ook weten hoe gemakkelijk overtreders ermee weg komen. Aan overtreders worden eigenlijk geen eisen gesteld op deze manier; aan doelwitten des te meer.

De pleger van het nare gedrag komt er al snel achter dat het enige dat je hoeft te doen is sorry zeggen. Je krijgt geen straf, je hoeft er niets van te leren, je hoeft alleen maar het magische woord uit te spreken waardoor de opvoeder bereid is het slechte gedrag te vergeven of te vergeten. Het doelwit krijgt een verplichting opgelegd om dit goedkope woord, dat helemaal niets voorstelt, te accepteren tegelijk met het feit dat hij of zij ook al slecht behandeld was. Het doelwit krijgt daarmee eigenlijk de zware taak mee te werken aan een gemakkelijke uitweg voor de overtreder. Overtreders kunnen er dus een gewoonte van maken om iets vervelends te doen en dan snel ‘sorry’ te zeggen, zodat ze officieel een schone lei hebben. Wanneer het doelwit daartegen protesteert, dan is er een goede kans dat de overtreder alleen maar verontwaardigd hoeft te roepen “Ik heb toch sorry gezegd!”. De opvoeder zal dan hoogstwaarschijnlijk het doelwit nog een berisping op de koop toe geven: “Hij heeft toch sorry gezegd? Nou dan, dan is het nu goed en moet je ophouden met er nog over door te gaan.”

Ik vraag me weleens af of hier een vorm van oppervlakkig magisch denken achter zit. Een soort idee dat alles goed gemaakt kan worden, dat alles eigenlijk goed kan zijn, als we maar snel de rimpels van het leven uitwissen met een toverwoordje.

De werkelijkheid van overtredingen is anders. Het doelwit heeft geen taak in het goedmaken van de overtreding. De verantwoordelijkheid ligt geheel bij de overtreder. De overtreder heeft twee taken: ten eerst moet de overtreder er iets van leren en ten tweede moet de overtreder de verantwoordelijkheid op zich nemen om zijn uiterste best te doen zich nooit meer zo te gedragen. Zo heb ik het zelf ook geleerd: “Jouw sorry hoef ik echt niet meer, doe het gewoon niet nog een keer!”.

Kan een overtreder dan echt geen sorry zeggen? Ja natuurlijk wel, maar een echte ‘sorry’, een ‘sorry’ die met trots gezegd kan worden, ziet er heel anders uit. In de eerste plaats kan die niet in opdracht worden gegeven. De ‘sorry’ die wordt gezegd om door een hoepeltje te springen heeft niets te maken met de waardighed van de berouwvolle, reparerende sorry. Een waardevolle ‘sorry’ wordt uitgesproken uit vrije wil, vanuit gevoelde spijt en vanuit de oprechte wens om iets van de schade te herstellen en om te laten zien dat de les geleerd is: de overtreder heeft er een inspanning voor over om het voortaan beter te doen. Een echte ‘sorry’ wordt gezegd door iemand die zichzelf een levensles durft op te leggen en een ander iets durft te gunnen.

Ik hoop dat we met zijn allen over de onzinnige ‘sorry’-mode heen kunnen groeien en dat we degenen die tekortgedaan zijn weer gaan ondersteunen in plaats van hen te verplichten om overtreders een gemakkelijke aftocht aan te bieden. Ik hoop dat we van overtreders weer gaan vergen dat ze hogere eisen stellen aan de manier waarop zij zelf met anderen omgaan. Het is hoog tijd.

Contractvrije psychologen

In 2009 heb ik de groep ‘Contractvrij’ opgericht. Eind 2008 was ook voor de psychologen in de basis-ggz (toen nog ‘eerstelijnspschologie’ genoemd) het contracteren losgebarsten. Ik heb me daar indertijd met hand en tand tegen verzet. En ik was niet de enige. Op een oproep in het blad van de vereniging kwamen in korte tijd meer dan 250 collega’s af.

Sindsdien wisselen wij met elkaar informatie en overwegingen uit in onze online groep, uitsluitend toegankelijk voor psychologen en psychotherapeuten die (deels) contractvrij werken en/of daarin geïnteresseerd zijn. Daarnaast staan diegenen van ons die dat wensen, op een site speciaal voor contractvrij werkenden.

In de loop van de jaren hebben we weleens iets van ons laten horen. Destijds heb ik een keer een artikel geschreven in een tijdschrift of op een blog. Af en toe zochten leden van onze groep contact met politici en/of journalisten. We hebben regelmatig geprobeerd om bij de beroepsvereniging meer aandacht te krijgen voor het belang van contractvrij werken. Zo nu en dan hebben we mailtjes gestuurd naar politieke partijen en/of kamerleden.

De laatste tijd groeit onze groep steeds sneller. We naderen nu de 400 leden. We komen ook steeds meer tegenstand tegen. De akte van cessie wordt regelmatig niet geaccepteerd door de verzekeraar, verzekeraars verstrekken aan hun verzekerden foutieve informatie over ongecontracteerde zorgverleners en hun facturen, uitbetalingen stagneren of worden teruggevorderd en er is heel veel bureaucratie. De laatste tijd klinkt ook weer wat vaker het geluid dat ongecontracteerd werkende psychologen de zorg duur zouden maken. Echter, dat is onzin. https://psychologenpraktijk.wordpress.com/2018/01/09/contract-vrije-zorg-verleners-opnieuw-zwart-gemaakt/

Onze groep weert zich nog steeds kranig, zo nu en dan zelfs met behulp van een advocaat. Echter, de vermoeidheid maakt zich ook van velen van ons meester. We zijn toe aan een frisse wind, een nieuwe koers… een regering die de zorg niet als markt ziet en de zorgverlener niet als zakkenvuller; verzekeraars die de zorgverlener respecteren in haar deskundigheid en professionaliteit.

En aan een beroepsvereniging die weer gaat doen wat een beroepsvereniging behoort te doen. Maar daarover later meer.

Van verzekerde zorg naar onverzekerde zorg

BELANGRIJKE MEDEDELING VOOR VERZEKERDEN DIE HULP ZOEKEN vanaf 1 december 2017

Geachte verzekerde,

Ik heb onlangs moeten beslissen dat ik voorlopig geen verzekerde zorg kan leveren.

De reden is dat het leveren van verzekerde zorg bedolven is geraakt onder wetten en regels die de kwaliteit van de verzekerde zorg ernstig in het nauw brengen. Door over te stappen naar niet verzekerde zorg kan ik de kwaliteit leveren waar ik voor sta.

Ik zal beschikbaar blijven voor coaching en counseling voor eenieder die zelf wil betalen voor goede hulp. (Wie een hoog aanvullend pakket heeft kan zelfs in sommige gevallen een vergoeding krijgen). Tevens blijf ik mij inzetten voor bijzondere doelgroepen die normaliter moeite hebben met het vinden van passende hulp, zoals expats en buitenlandse hulpvragers, hoogbegaafden, ex-sekteleden, internetverslaafden, pornoverslaafden, relaties of gezinnen met gedragsescalaties, en slachtoffers van misbruik tijdens relatie of echtscheiding. Tevens zal ik diegenen die contact zoeken maar geen plek bij mij kunnen vinden, proberen te wijzen op passende hulp met of zonder vergoeding.

Ik hoop dat de geestelijke gezondheidszorg in de toekomst door de politiek in een gezonder vaarwater gebracht zal worden, zodat mijn prachtige vak weer over de hele linie op voldoende niveau kan worden uitgeoefend.

JT

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén