“Zeg sorry tegen je zusje, vooruit!”
Het is een zinnetje dat ik vele varianten vele malen per week hoor, vooral omdat ik veel omga met mensen die kinderen hebben en/of aan kinderen lesgeven.

We hebben tegenwoordig kennelijk een moderne opvatting over ‘sorry zeggen’. Het scenario is als volgt: Het ene kind doet iets dat het andere kind naar vindt. Het andere kind protesteert, maar zonder succes. Er moet een volwassene aan te pas komen. De volwassene roept beide kinderen bij zich. Ze moeten elkaar verplicht aankijken. De dader moet sorry zeggen en het slachtoffer moet naar de dader luisteren. Eventueel moeten ze elkaar ook nog een hand geven. Vervolgens moet alles weer goed zijn en moeten ze tevreden samen spelen.

Ik krijg de indruk dat dit scenario tegenwoordig als correcte opvoeding wordt beschouwd. Maar dat is het niet. Integendeel. Het is, eerlijk gezegd, nogal wanstaltig.

De achtergrondgedachte is dat de slechte daad moet worden goedgemaakt, uitgewist, en dat deze daarna vergeten kan worden zodat beide partijen met een soortement schone lei weer samen door een deur kunnen. De werkelijkheid van deze praktijk is dat er overtreders worden gekweekt die weten hoe gemakkelijk het is om weg te komen met een slechte daad, en doelwitten die ook weten hoe gemakkelijk overtreders ermee weg komen. Aan overtreders worden eigenlijk geen eisen gesteld op deze manier; aan doelwitten des te meer.

De pleger van het nare gedrag komt er al snel achter dat het enige dat je hoeft te doen is sorry zeggen. Je krijgt geen straf, je hoeft er niets van te leren, je hoeft alleen maar het magische woord uit te spreken waardoor de opvoeder bereid is het slechte gedrag te vergeven of te vergeten. Het doelwit krijgt een verplichting opgelegd om dit goedkope woord, dat helemaal niets voorstelt, te accepteren tegelijk met het feit dat hij of zij ook al slecht behandeld was. Het doelwit krijgt daarmee eigenlijk de zware taak mee te werken aan een gemakkelijke uitweg voor de overtreder. Overtreders kunnen er dus een gewoonte van maken om iets vervelends te doen en dan snel ‘sorry’ te zeggen, zodat ze officieel een schone lei hebben. Wanneer het doelwit daartegen protesteert, dan is er een goede kans dat de overtreder alleen maar verontwaardigd hoeft te roepen “Ik heb toch sorry gezegd!”. De opvoeder zal dan hoogstwaarschijnlijk het doelwit nog een berisping op de koop toe geven: “Hij heeft toch sorry gezegd? Nou dan, dan is het nu goed en moet je ophouden met er nog over door te gaan.”

Ik vraag me weleens af of hier een vorm van oppervlakkig magisch denken achter zit. Een soort idee dat alles goed gemaakt kan worden, dat alles eigenlijk goed kan zijn, als we maar snel de rimpels van het leven uitwissen met een toverwoordje.

De werkelijkheid van overtredingen is anders. Het doelwit heeft geen taak in het goedmaken van de overtreding. De verantwoordelijkheid ligt geheel bij de overtreder. De overtreder heeft twee taken: ten eerst moet de overtreder er iets van leren en ten tweede moet de overtreder de verantwoordelijkheid op zich nemen om zijn uiterste best te doen zich nooit meer zo te gedragen. Zo heb ik het zelf ook geleerd: “Jouw sorry hoef ik echt niet meer, doe het gewoon niet nog een keer!”.

Kan een overtreder dan echt geen sorry zeggen? Ja natuurlijk wel, maar een echte ‘sorry’, een ‘sorry’ die met trots gezegd kan worden, ziet er heel anders uit. In de eerste plaats kan die niet in opdracht worden gegeven. De ‘sorry’ die wordt gezegd om door een hoepeltje te springen heeft niets te maken met de waardighed van de berouwvolle, reparerende sorry. Een waardevolle ‘sorry’ wordt uitgesproken uit vrije wil, vanuit gevoelde spijt en vanuit de oprechte wens om iets van de schade te herstellen en om te laten zien dat de les geleerd is: de overtreder heeft er een inspanning voor over om het voortaan beter te doen. Een echte ‘sorry’ wordt gezegd door iemand die zichzelf een levensles durft op te leggen en een ander iets durft te gunnen.

Ik hoop dat we met zijn allen over de onzinnige ‘sorry’-mode heen kunnen groeien en dat we degenen die tekortgedaan zijn weer gaan ondersteunen in plaats van hen te verplichten om overtreders een gemakkelijke aftocht aan te bieden. Ik hoop dat we van overtreders weer gaan vergen dat ze hogere eisen stellen aan de manier waarop zij zelf met anderen omgaan. Het is hoog tijd.